Reizen‎ > ‎

Dolomieten 1998

Om nooit te vergeten... 


Hoe kun je vijf fantastische fietsdagen in een adembenemend landschap samenvatten? Nauwelijks! Indrukken weergeven en feiten opsommen, ja, dat wel. Verwachtingen en uitkomsten naast elkaar zetten, dat ook. Een poging.

De turbodiesel van Armand, met 180 kilometer per uur over de Duitse Autobahn zoevend, had al een voorteken moeten zijn: zoals de auto is, is de baas. Niet bij te benen, bleek later.

Of Adri, die we kennen als een hardrijder op het vlakke en die nu heel, heel ver mee bleek te kunnen op de flanken van Pordoi en Gardena. Blij dat hij erbij was (evenals wij), met een knipoog naar "Toni".

De schijnbaar moeiteloze dans van Gilbert met de weerbarstige Alpenreuzen, die hij met nieuwsgierige blikken bewonderde en met kleine felle pasjes veroverde. Of de Stille Kracht van Jos. Akelig constant in het voorste gelid. Nooit uit de toon vallend. Een teamgenoot van het beste soort. Edwin de Beul, die gewoon bevestigde wat we al wisten. Een gedeelde eerste plaats met turbodiesel Armand. Breur de wegkapitein, een sleutelrol die hij met verve vervulde en die hem zelfs genoeg adem liet om zowel voor als achter in de groep orde op zaken te stellen. Voor zover dat überhaupt nodig was.
De Adelaar van de Bergstraat, Piet, scheen te zweven boven de ravijnen. Als een stipje uit het zicht verdwijnend, lager en lager tot hij van de aardbodem leek verdwenen. Om plotseling weer op te duiken, alsof er niets aan de hand was geweest. De hapering van Ben bij de start die slechts de verstandige opwarming voor een meer dan constante prestatie bleek te zijn. Chapeau! Jean oet Ingber combineerde ervaring met ijzeren trainingsarbeid en dat bleek de perfecte mix voor een puike tocht, die misschien niet zo in het oog viel, maar wel degelijk werd opgemerkt. Met een ijzersterke voorbereiding en geloof in eigen kunnen kom je heel ver. Ton liet het dag na dag zien, zich opofferend als tempomaker en -breker. Ger was de locomotief zoals we hem kennen; doormalen, doormalen, doormalen. Alleen de hele hoge
toerenmotortjes vermochten die kadans te ontspringen. Soms, en dan ook heel even maar, want een trein dendert voort, onophoudelijk. Jannie Brochard hield het hoofd koel door een verbond te sluiten dat hem en zijn bondgenoot fantastische uren van strijd en vriendschap opleverde.
Om nooit te vergeten... 

Proloog
"lnpakken en wegwezen" 

Met nauwelijks een Limburgs kwartiertje vertraging vertrekken wij zaterdagmorgen 4 juli vol goede moed en met veel verwachtingen richting Italië, voorzien van een keurig routeschema van reisleider Jean. Om niet helemaal te ontvreemden van thuis heeft Jean zijn Ria aan boord van de Volvo. “Prettig gezelschap en een leuke babbel dat ze heeft”, wist Piet later te berichten.
1000 snelle kilometers, drie stops en enkele Big Mac's later komt Lana in zicht. Een Godvergeten gat aan de voet van een 18 kilometer lange berg. Samen met een uitstekend hotel zijn dat prima voorwaarden voor een succesvol begin van onze tocht. En
voetbal of geen voetbal (Nederland-Argentinie), een aantal van ons laat zich niet weer-
houden om de Gampenpas toch "even” te verkennen. Het blijkt geen onverdeeld prettige kennismaking met deze stevige knoert, getuige de rooie kopjes die in de rust van de
interland binnendruppelen. De zege van Oranje en een koel drankje zorgen voor
afkoeling van de gemoederen.
De lollige chef de cuisine propt ons 's avonds vol met pasta en wij doen dat vervol-
gens nog eens dunnetjes over aan het koud buffet. De dag van morgen maakt er een
korte avond van. De volgende ochtend laten Gilbert en Jos nag even weten "het cultu-
rele programma" ontdekt te hebben op tv. Kanaal17 was het, maar wat wil de theater-
liefhebber die niet eens zo'n ding op z'n kamer heeft staan? 

Eerste etappe: zondag 5 juli
Lana-Cavalese, 135 kilometer 

Met Ger als chauffeur van de bus, de vorige avond samen met Ben uitgeloot voor de eerste dag, gaan we om half tien op weg. Vanuit het vertrek 18 kilometer bergop, gemiddeld zo'n 8% tot 9%.
Met een tempo van 13 a 14 kilometer gaat het kilometer na kilometer omhoog. Ton op kop - niet voor het laatst - samen met broer Breur. "Bij elkaar houden" luidt het devies, maar de col is toch een beetje lang om doa te kunnen waarmaken. De staart van de groep laat stukje voor stukje los van de kop. Met z'n negenen passeren de eersten na 1 uur en 20 minuten de top, met de rest van de meute dicht op de hielen. De kop is er of!
In de afdaling naar Fondo kunnen we al even kijken naar wat ons aan het eind van de laatste
dag nag staat te wachten. Bergaf ziet het altijd moeilijker uit dan bergop, zo zal later maar
weer eens blijken. Na een korte routecheck in Fondo dalen we verder af naar het prachtig gelegen meer van Cles. We rijden over diepe kloven raod het meer en dan begint de weg weer te stijgen. Van dorpje naar dorpje klimmen we omhoog naar de Mendelpas. Het is inmiddels half een en langzaam tijd voor een bordje spagetti. Ben vindt het goed geweest voor deze eerste dag en biedt aan om na de pauze de bus te rijden. Met pastabuikjes duwen we de laatste 300 hoogtemeters van de pas onder de wielen door.
Een prachtige afdaling, van 1363 naar 504 meter, brengt ons in Kaltern. Via nauwe straatjes bereiken we het meer van Kaltern. Langs de boorden van het koele nat trappen we ons in een zinderende hitte voort naar Auer, met 244 meter het diepste punt van vandaag. De slotklim van zo'n 25 kilometer naar Cavalese, op 1000 meter hoogte, blijkt verve-lender dan gedacht. Inschattingsfoutje van Frans, die er de laatste kilometers bergop zeit het "slachtoffer" van wordt. Gelukkig lopen de laatste 6 kilometers vlak en bergaf naar het prachige Cavalese, dat zich koestert in een warme zomerzon. Nauwelijks voor te stellen dat dit vredige dorpje afgelopen winter werd getroffen door een verschrikkelijk ongeluk met een cabinelift. Wij hebben nu alleen oog voor koele drankjes, een plekje voor onze fietsen en een verkwikkende douche. Ons hotel blijkt een allercharmantst onderkomen, heel warm door bet vele gebruik van hout en natuurlijk met een trap naar de... derde verdieping. "Geen plaats voor een lift" concludeert Jan. Dat laatste klimmetje, met bagage, pakken we ook nog. Even later klinken aria’s onder klaterende douches, zippen ritssluitingen open van sporttassen en kledingzakken en geuren reukjes door gangen en trappenhuis. Buiten, op het zonovergoten pleintje, offert Adri zich voor ons op met het afschrobben van de fietsen.
De geur van pasta kondigt het avondeten aan. Na een overvloedig maal en een pilsje als toetje, beginnen langzaam maar zeker nomen als Pordoi, Campolongo en Gardena door het hoofd te spoken. De volgende dog kondigt zich aan en dat is voor de meesten van ons het sein om drie etages hoger een rustplaatsje op te zoeken. 

Tweede etappe: maandag 6juli
Cavalese-Ortisei, 100 kilometer 

Cavalese ontwaakt zonnebadend. Het rumoerige stadje van gisterenmiddag sluimert nog, als
beneden op "ons" pleintje een ratelendeftietsketling met korte en preciese klikjes van kamwiel
naar kamwiel verhuist. Adri is al(weer) in touw om onze tietsen in topconditie te brengen.
13 S.Oliver-mannetjes schuiven om 8 uur aan tafel voor een stevig ontbijt. Net echt, zo'n eenheidstenue. Alsof je met de ploeg aan tafel zit voor de start van een Giro-etappe. Misschien voelen we ons oak wel zo; als een team dat aan een volgende, zware en mooie
etappe begint. Er begint iets te groeien in de groep...Breur laat ons alvast in de spiegel van deze dag kijken. Afstanden, hoogteverschillen, rijgedrag, koprijders, teamgeest: kort en bondig laat onze nestor weten wat ons te doen en te wachten staat. En dan zijn we weg, op naar het hooggebergte. Aan het stuur van de auto zit vanochtend Jean.
Cavalese, Predazzo, Moena, Vigo di Fassa. Met elk dorpje klimt de Dolomietenweg hoger en hoger. Ger en Edwin stoempen stug door, op weg naar Canazei. Nog even verspert een drukgebarende agent de steile oprit naar de Pordoi. Misschien heeft-ie gezien dat ik naar adem hap en geeft hij daarom het tegenverkeer nog even langer dan nodig voorrang. Vijf lastige kilometers verder, op de splitsing Sella/Pordoi, slaan we rechtsaf. Nog zo'n 7 kilometers scheiden ons van de Passo Pordoi. De groep is allang uit elkaar geslagen. Terwijl achteraan wordt gevochten 'om de afstand zo klein mogelijk te houden, wordt op kop de Koning van de Pordoi gekroond. Ik zie het later, als ik moegestreden boven kom, meteen: er hangt een aureooltje, een stralenkrans, fond het hoofd van Armand. Hij hoeft niet uit te leggen wat ik
niet gezien heb. Ik besluit vanmiddag de pijp aan Maarten te geven. Maar hoe krijg ik die kolere Mercedesbus, waarin ik nog nooit gereden heb, in Godsnaam heel beneden? Onder
me zie ik de haarspeldbochten, die bij een bord spagetti door mijn hoofd blijven malen. Het blijkt allemaal heel erg mee te vallen. Een prachtige afdaling eindigt in Arabba, een groepje huizen met een kerk, aan de voet van de Campolongo. Geen moeilijke pas, slechts een paar honderd meters hoogteverschil, had ik thuis aan de landkaart ontfutseld. De waarheid blijkt anders te zijn. ‘t Is een steil kreng en het net verorberde bord pasta weegt ook al zwaar. De afdaling naar Corvara is een aaneenschakeling van bochtjes, die links en rechts van de vallijn uitbreken.
Nog een keer omhoog, naar de mooiste en zeker de lastigste pas van de dag: de Passo Gardena. Breur dirigeert de schoonbroertjes Ton en Gilbert op kop. De groep danst ritmisch mee op het tempo van de twee. De kans voor mij om een keer als eerste over de top te zeillen, denk ik. Maar een laatste foto van twee achterblijvers wordt me fataal. In het spoor van de eersten passeer ik de pas en parkeer de bus pal voor het hotel op de top. Snel worden jasjes en vesten aangetrokken en binnen enkele minuten is de groep compleet voor een adembenemende duik naar het Val Gardena. In de afdaling passeren we de splitsing naar de Sella-pas. De meesten zullen zich wellicht niet realiseren dat we hier morgen weer voorbijschuiven, maar dan in omgekeerde richting en stapvoets in plaats van in sneltreinvaart.
Bij het afgesproken plaatsnaambordje "Ortisei" blijkt Breur de enige der Mohikanen. De rest is verder naar beneden, door de tunnel, eerste weg links. Daar staan ze, trouw te wachten. Op naar het hotel, letterlijk en figuurlijk. Dik een kilometer sluipt de weg met soms 14% omhoog. Nog een oprit en we zijn er: Hotel Picuel.
Zij we er echt? Neen, Piet ontbreekt! Even wachten en dan terug met de auto. Als onze
super-daler maar niet is "doorgeschoten". Met Armand rijd ik het dal weer omhoog, richting Selva. Niets te zien. Terug. Dan maar het dorp in, dat terzijde van de doorgaande weg ligt.
Te voet loop ik de straat omhoog naar de VVV. Ik zou tenminste naar de VVV gaan als
ik niet wist in welk hotel ik moest zijn. Buiten zie ik geen fiets staan en ik aarzel om binnen te goon vragen of een Oranje wielrenner moeilijke vragen is komen stellen. Als ik dat wel gedaan had, had ik geweten: dat Piet wel degelijk binnen was geweest, inmiddels in het hotel onder de douche stand, mijn ingewikkelde uitleg over een vermist persoon aan oom agent overbodig was, we niet n6g een keer 10 kilometer terug hadden hoeven rijden naar de voet van de Sella en, en, en...Maar na zo'n moeilijke dag zijn dit soort vergissinkjes slechts peanuts. Zand erover en klaar.
Ons hotel is weer een (gelukkig) schot in de roos. Als koningen blikken we neer op het plaatsje Ortisei, waar na een prima diner de lichtjes een voor een aanfloepen voor de
nacht. Bij ons gaan de kaarsjes langzaam maar zeker uit. 

Derde etappe, dinsdag 7 juti
Ortisei-Moena, 103 kilometer 

Het ritueel herhaalt zich. De vroege vogels onder ons die nog een beetje slaapdronken de ochtendhemel aan een inspectie onderwerpen, treffen buiten tegen de hotelmuur dertien keurig gepoetste fietsen in gelid aan. Adri is weer aan het werk geweest! Het zal niet zijn laatste kunstje zijn vanmorgen.
Als even later de kopjes van de eitjes vliegen, wandelt langs het raam een eenzame skiër voorbij. Het ontbloot bovenlijf en de boxershorts zijn aangepast aan het jaargetijde, de wollen muts en overschoenen slechts preventieve maatregelen voor een weersomslag op de piste. "Gaot d'r met?", roept de man ons toe. Een Limburger, wat leuk hier zo ver van huis. Natuurlijk is het Adri, wie anders?
Vanuit het vertrek loodsen Ger en Edwin ons van Ortisei via Wolkenstein naar Selva di Gardena, aan de voet van de Sellapas. Zo'n 10 kilometer bergop, gelardeerd met korte venijnige stujjes van wel 12 %. Aan het begin van de col sluiten Jan en Frans een mooi verbond: samen naar boven is altjjd beter dan met de bus. Op de top worden we onthaald met een applausje. Geen mooier respect dan dat van je lotgenoten.
Als piloten suizen we naar beneden, richting Canazei. Op de splitsing naar de Pordoi gaan de gedachten voor een moment 24 uur terug. Wat vliegt de tijd. En wij vliegen mee, op weg
naar Canazei en de passo Fedeia. Braafjes klimt het asfalt vanaf Canazei door het dal ornhoog. Plots begint de weg met zo'n 10% te stijgen. De bochtige passtraat gaat
over in lange linten asfalt, slechts onderbroken door enkele beklinkerde tunneltjes. De
zoveelste tunnel duikt op. Het licht aan het eind maakt in dubbel opzicht komaf met
een beklemmend gevoel: het gevaar is geweken en de pas is bereikt.
't Is druk op de Marmolada. Het af en toe openbrekende wolkendek laat in een glimp zien waarom al die mensen naar hierboven zijn gekomen: de uitlopers van een machtige gletsjer die overgaan in gigantische ijsmassa's, hogerop verdwijnend in een grijze en natte deken. De eerste druppels tikken op onze fietshelmen. Snel een jasje aan en naar beneden. De vlakke weg langs een prachtig meer duikt plots de diepte in. Blij dat we hier niet omhoog moeten, flitst het door mijn hoofd. Maar het kan nog erger. Na een paar kilometer dalen doemt een soort skischans op. Zover je kunt zien valt de weg als een kaarsrechte asfaltstreep duizelingwekkend stijl naar beneden. Dit is het domein van Pantani, hier breekt hij reputaties, zoals enkele weken geleden die van Alex Zülle. De Helveet kon op deze Halembaye van de Dolomieten onmogelijk aanklampen bij het Olifantje en verloor de Giro. Wij suizen met bijna 90 kilometer per uur naar beneden, achtervolgd door de regendruppels op de top.
De hel
Adri rijdt twee keer achter mekaar lek. Een goed moment voor spagetti. De regendruppels zijn inmiddels geevolueerd tot een heuse bui en Breur gaat op zoek naar een geschikte pastatent. Een afdakje in de straten van Caprile bespaart ons een nat fietpak. Dan duikt onze pionier weer op, hij heeft wat gevonden. Het zal een perfecte greep blijken, Als de eerste dampende borden op tafel staan, breekt buiten "de hel". Donderslagen en lichtflitsen doen onze voorhoofden fronsen. Als dat maar goed gaat op de laatste pas, de San Pellegrino. We zijn er vlug uit: het kan niet goed gaan. Bij de baas informefen we naar een busje dot ons de laatste 40 kilometer droog en veilig naar Moena kan brengen. De man blijkt er zeIt een te hebben en dus is het pleit vlug beslist. Tien man kruipen op en tussen de stoelen van het personenbusje en Armand, Adri en Frans crossen met de Vito door de stromende regen achter de Monte Civetta-bus aan.
We dalen af naar zo'n 800 meter hoogte en dan begint de klim naar de voet van de Passo di San Pellegrino. Met open monden kijken we naar het soms Cauberg-steile wegdek, dat vele kilometers lang slechts de aanloop is naar de pas. Regenwater gutst naar beneden. Na het laatste dorpje maakt de weg een draai en dan begint de pas in korte muursteile stukjes van 15 tot 18% de hoogte in te schieten.
Op onze comfortabele stoelen is de vraag wie hier (onder deze omstandigheden) fiet-
send zou zijn bovengeraakt. 11 kilometer lager regent het wolkendek uit in Moena, een kleurrijk en gezellig dorpje aan de rand van de Rozengarten. Na een korte kennismaking met Hotel Garden maken Frans en Adri rechtsomkeert met de Vito om de fietsen op te halen in Caprile. Een dik uur later zijn zij terug met een vrachtje ijzerwaar van zo'n veertig duizend gulden. In het hotel blijken inmiddels besprekingen te hebben plaatsgevonden met Fraulein
Tiziana. Daarin is Frans gepromoveerd tot President van de club, tevens burgemeester in zijn woonplaats, en vader van acht Bambini. Nou, dan ben je iemand in Italie en Tiziana toont met twinkelende oogjes haar respect over zoveel vruchtbaarheid. Le President is echter standvastig - in die functie moet je immers het hoofd koel houden - en richt zijn aandacht op de benen van Ronaldo en Stam in plaats van die van 1iziana. Misschien toch de verkeerde keus gemaakt? Nederland verliest met strafschoppen van Brazilie en de desillusie doet iedereen vroeg afdruipen. 

Vierde etappe, woensdag 8 juti
Moena-Lana, 113 kilometer:  

Adri maakt er een potje van. Met zeepsop. Witte schuimkragen druipen om 7 uur ‘s morgens longs Columbus-, Reynolds- en OCLV Carbon-buizen omlaag. Het machinepark is er weer klaar voor.
Om half tien stuurt Gilbert de Mercedes van de parkeerplaats af. Tiziana en haar schoonzus wuiven ons uit, La Mama brabbelt nog een paar Italiaanse woordjes – een schietgebedje voor ons?- and off we go. Costalunga. Klinkt griezelig, is ‘t niet. Karerpas is de Duitstalige naam van de eerste berg van deze dag die we gezwindt veroveren. Op 1700 meter schijnt de zon, maar het temperatuurverschil met het dal is minstens een warm jack. En een paar handschoenen.
De kou jaagt ons omlaag. Met elke trap komt de warmte van het dal naderbij. Een prachtige afdaling van nagenoeg 30 kilometer eindigt in de schoonheid van een rotskloof die zich soms vernauwt tot claustrofobische afmetingen.
Meesluipend met het drukke verkeer door de randen van Bolzano zoeken wij ons een weg naar de Weinstrasse. Wijzend op de bordjes met die naam wordt de goede raad van Breur in de wind geslagen. Ik herken de tunnel die naar de Mendelpas leidt.
Eenmaal in het spaarzaam verlichte gat bekruipt me een naar gevoel. We zitten niet verkeerd, maar ook niet goed. Als de zon weer tevoorschijn komt, razen auto’s ons zowel voorbij als tegemoet. Slechts gescheiden door een vangrail in het midden. We zitten op de Autobahn! Da's weer eens wat anders en bovendien kunnen we geen kant meer uit. In gelid peddelen we voort op de vluchtstrook, op zoek naar het plaatsje “Ausfahrt". Een paar kilometer verder vinden we het, met de toevoeging Weinstrasse Mendel pass. In Eppan verlaten we de drukke weg. Na wat keren en draaien door nauwe straatjes begint de passo di Mendola. Dertien kilometer lang, van 500 naar ruim 1300 meter. Ger en Edwin profiteren van het buitenkansje dat wegkapitein Breur geboden heeft: rijden maar. Twee plaatselijke wielerhelden raggen op het buitenblad aan ons voorbij. Twintigers en dus geen eerlijke concurrentie. Op de top, in een
van de ristorantos wordt stoom afgeblazen en energie getankt voor de laatste loodjes.
Met Fondo komt de laatste hindernis van de tocht in zicht: de Passo di Palada ofwel de
Gampenpas. In omgekeerde richting van de eerste dag. Wat toen niet zo makkelijk leek, blijkt
nu een relatieve peulenschil. En groupe scheren we over de top, 1500 meter hoog.
18 kilometer verder en 1200 meter lager ligt Lana. Het plezier van de mooie afdaling wordt getemperd door het besef dat de tocht ten einde loopt. De eerste huizen van Lana zijn het
baken voor hergroepering. Het zwembad in de ruin van ons hotel Gschwangut baadt nog in de zon. Ton lost zijn belofte in om de goede afloop te vieren met een aangeklede plons. Fototoestellen klikken. 't Zit er op...  

Epiloog
Vijf prachtige dagen passeren op de zesde als het vluchtige landschap op de Duitse Autobahn. In flarden trekken de beelden voorbij. Zo nu en don stopt de film, als de remlichten van voorgangers aanfloepen. Is 't nu echt voorbij? Neen, dit is slechts het begin. De doorstart van
een groep wielerenthousiastelingen die mekaar in zes dagen beter heeft leren begrijpen dan in alle voorbije jaren samen. Dat is, met de vele herinneringen, de pure winst van de Giro del Dolomiti. 

Frans Laeven
Juli 1998

Foto's van deze fietsvakantie kunt u terugvinden via onderstaande link...

Dolomieten 1998